Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
de procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg van Oost-Vlaanderen, Afdeling Gent(België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van de correctionele rechtbank te Gent van 20 maart 2013.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
5.Strafbaarheid
uitvaardigendelidstaat strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximum van ten minste twaalf maanden
of, wanneer een straf of maatregel is opgelegd, wegens opgelegde sancties met een duur van ten minste vier maanden. Artikel 2, vierde lid, van het kaderbesluit bepaalt dat de overlevering afhankelijk kan worden gesteld van de voorwaarde dat het EAB berust op een naar het recht van de
uitvoerendelidstaat strafbaar feit. Volgens artikel 4, punt 1, kan de uitvoerende rechterlijke autoriteit de tenuitvoerlegging van een EAB weigeren in het in artikel 2, vierde lid, bedoelde geval dat het feit niet strafbaar is naar het recht van de
uitvoerendelidstaat.
uitvaardigendelidstaat en
uitvoerendelidstaat.
beidebetrokken lidstaten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden moet zijn gesteld.
uitvoerendelidstaat mag stellen.
uitvaardigendelidstaat evenmin aan de in artikel 7, eerste lid, OLW gestelde eis van een strafbedreiging met een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden, zoals de rechtbank deze bepaling tot nog toe heeft uitgelegd.
6.Beslissing
voor onbepaalde tijd, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op de concept prejudiciële vraag/vragen.