Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- aan de zijde van [eiseres] [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door mr. Winkel;
- aan de zijde van Makro [naam 3] en [naam 4] , bijgestaan door
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding tussen een besloten vennootschap die wielentassen produceerde en verkocht en een andere vennootschap die soortgelijke wielentassen onder een ander merk verkoopt. Eiseres stelt dat de door gedaagde verkochte tassen exacte kopieën zijn van haar producten en dat sprake is van slaafse nabootsing, waardoor gedaagde de verkoop moet staken.
Gedaagde betwist dat eiseres zelf producten op de markt brengt en voert aan dat de tassen verschillen in technische en uiterlijke kenmerken, waardoor geen sprake is van verwarringsgevaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij zelf producten op de markt brengt, wat een vereiste is voor een vordering op grond van slaafse nabootsing.
Daarnaast is geoordeeld dat de wielentassen van eiseres onvoldoende onderscheidend vermogen bezitten ten opzichte van standaard wielentassen, zodat het publiek deze niet als bijzonder zal herkennen. Hierdoor is ook geen sprake van onrechtmatige slaafse nabootsing. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot staking van verkoop wegens slaafse nabootsing wordt afgewezen wegens gebrek aan onderscheidend vermogen en onvoldoende onderbouwing van marktintroductie door eiseres.