Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de stichting Ymere
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- conclusie van antwoord met producties van [gedaagde] ;
- instructievonnis van 17 februari 2015;
- dagbepaling comparitie.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Vordering en verweer
I. te verklaren voor recht dat tussen Ymere en [gedaagde] in de huurovereenkomst overeengekomen beding met betrekking tot het betalen van administratiekosten enkel dan onredelijk is dan wel ‘een niet onredelijk voordeel oplevert’, indien daar geen of een te verwaarlozen tegenprestatie tegenover staat;
“I. Dient bij de beoordeling of een beding als het onderhavige (met betrekking tot de bij huurovereenkomst overeengekomen verhuurkosten) de verhuurder een niet-redelijk voordeelt oplevertuitsluitendhet tegenprestatiecriterium te worden aangelegd in de zin dan slechts beoordeeld wordt of sprake is van ‘géén of een te verwaarlozen’ tegenprestatie zijdens verhuurder (en dusniethet criterium in hoeverre de huurder bij het beding al dan niet is gebaat).II. Kàn in algemene zin een tegenprestatie zijdens de verhuurder die bestaat uit het opstellen van de huurovereenkomst en/of administratieve verwerking van de huuropvolging, als een ‘niet te verwaarlozen tegenprestatie’ worden beschouwd.”
Beoordeling
Kamerstukken II 1976-1977, 14 175, nr. 3, blz. 31). Daarbij moet met name gedacht worden aan de situatie waarin bij het aangaan van de huurovereenkomst de ene partij – veelal de aspirant-huurder – ten opzichte van de andere partij niet in een voldoende gelijkwaardige positie verkeert om te voorkomen dat een dergelijk door die wederpartij voorgesteld beding in de huurovereenkomst wordt opgenomen. Met het oog op de effectiviteit van de bescherming die art. 7:264 lid 1 tegen Pro dergelijke situaties biedt, moet als uitgangspunt worden genomen dat van ‘een niet redelijk voordeel’ sprake is indien tegenover het bedongen voordeel geen of een verwaarloosbare tegenprestatie staat. [..]Bij de beoordeling van de redelijkheid van de op grond van het onderhavige beding aan de huurder in rekening gebrachte kosten, [dient de kantonrechter] de werkzaamheden die aan corporaties/toegelaten instellingen in art.11 BBSH Pro zijn opgedragen en de specifieke taak die deze instellingen op het terrein van de volkshuisvesting vervullen, als gezichtspunt in aanmerking te nemen.”
enkeldan onredelijk is indien daar geen of een te verwaarlozen tegenprestatie tegenover staat, maar dat administratiekosten wel in redelijke verhouding moeten staan tot de geleverde tegenprestatie.