Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Ter zitting waren aanwezig:
2.De feiten
Beslissing
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert eiser schorsing van de tenuitvoerlegging van een voorlopige voorziening tot betaling van partneralimentatie, alsmede opheffing van executoriaal beslag en terugbetaling van reeds geïncasseerde bedragen. De voorlopige voorziening was vastgesteld bij beschikking van 12 februari 2015 en beperkt tot het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
Eiser stelt dat na inschrijving op 9 juni 2015 de alimentatieverplichting is geëindigd en dat executie daarna onrechtmatig is. Gedaagde heeft hoger beroep ingesteld tegen de echtscheidingsbeschikking en verzocht om partneralimentatie. De rechtbank oordeelt dat de voorlopige voorziening kracht behoudt zolang het hoger beroep loopt en hierover nog geen definitieve beslissing is genomen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de executie niet zonder rechtsgrond is en wijst de vorderingen van eiser af. Vanwege de relatie tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter C.M. Berkhout en uitgesproken op 15 september 2015.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schorsing van de executie af en compenseert de proceskosten.