Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
4.Waardering van het bewijs
level’ hoger ging om de kinderen tot verdergaande seksuele handelingen aan te zetten, zoals onder andere het verrichten van seksuele handelingen in aanwezigheid van een zusje of broertje of het penetreren van de anus met een pen of vinger. Het aantreffen van de beeldopnamen en deze verklaringen van verdachten vormen reeds een sterke aanwijzing dat het steeds verdachte is geweest die van de in de tenlastelegging genoemde kinderen seksuele handelingen heeft verlangd. Verder heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat ten aanzien van een aantal kinderen op de beeldopnamen delen van chatgesprekken zichtbaar zijn waarop iets van het kind wordt verlangd. Ook blijkt uit verklaringen van de meeste kinderen dat zij de seksuele handelingen hebben verricht omdat dat werd gevraagd door ‘[naam 1]’ en meestentijds nadat ‘[naam 1]’ aan deze kinderen ‘iets van zichzelf had laten zien’ of dat in het vooruitzicht stelde.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
arousalook niet naar voren kwamen uit de vragenlijst naar seksuele activiteiten en kinderen (
Children and Sexual Activities Inventory(C&SA)). Wat gesteld kan worden is dat het oordeelsvermogen van betrokkene in de situaties waarin hij met de jongens in chatcontact was, verstoord was.
[K1], niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1 en 33 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op
€ 1.300,- euro(dertienhonderd euro)(immateriële schade). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 februari 2012) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[K1]voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.
[K12], niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1 en 34 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op
€ 1.000,- euro(duizend euro)(immateriële schade). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 maart 2013) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[K12]voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.
[K20], niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1 en 34 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op
€ 1.112,04 euro(elfhonderd en twaalf euro en vier eurocent)(materiële schade € 12,04, immateriële schade: € 1.100,-). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 september 2008) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[K20]voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
4 (vier) jaren.
1 (één) jaar, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
3 (drie)jaren vast.
Veroordeelde zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit;
Veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
Veroordeelde zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Veroordeelde dient zich onder toezicht te stellen van de reclassering. Daarbij moet betrokkene zich melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en dient hij zich te houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft.
Veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen bij De Waag of soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij betrokkene zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.
[K1], toe tot
€ 1.300,-(dertienhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 februari 2012) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.300, -(dertienhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 februari 2012) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van
23dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.
[K12], toe tot
€ 1.000,- euro(duizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 maart 2013) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.000,- euro(duizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 maart 2013) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van
20dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.
[K20], toe tot
€ 1.112,04 euro(elfhonderd en twaalf euro en vier eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 september 2008) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.112,04 euro(elfhonderd en twaalf euro en vier eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 september 2008) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van
20dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.