ECLI:NL:RBAMS:2015:6780
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter die haar zaak behandelt bij de rechtbank Amsterdam. De gemachtigde van verzoekster voelde zich onder druk gezet tijdens de zitting toen hij het procesdossier wilde inzien om ontbrekende stukken te controleren. De rechter had het dossier aan de gemachtigde gegeven en hem alle tijd gegund om het in te zien.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en oordeelde dat de ervaren onprettige gang van zaken en de indruk van druk niet voldoende zijn om partijdigheid aan te nemen. Er was geen zwaarwegende aanwijzing dat de rechter jegens verzoekster partijdig was, noch was de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek feitelijk geen grondslag heeft en wees het verzoek af. De procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.