ECLI:NL:RBAMS:2015:6783
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- M.V. Ulrici
- Th.J.M. Gijsberts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Amsterdam wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekers, verdachten in strafzaken bij de rechtbank Amsterdam, dienden een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer bestaande uit drie rechters. Zij stelden dat de rechters vooringenomen waren vanwege familiebanden van medewerkers van de rechtbank Den Haag met verzoekers en omdat eerdere verzoeken tot verwijzing naar een andere rechtbank waren afgewezen.
De rechtbank overwoog dat de afwijzing van het verzoek tot verwijzing een procedurele beslissing is die in beginsel niet tot wraking kan leiden, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid wordt vermoed. Dit was niet het geval. Ook het enkele feit dat familieleden van verzoekers bij de rechtbank Den Haag werkzaam zijn, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
Verder wees de rechtbank erop dat de gewraakte rechters niet als procespartij worden beschouwd en dat eerdere verwijzingen door andere rechters niet bindend zijn voor de wrakingskamer. De verzoeken tot wraking werden daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters van de rechtbank Amsterdam wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.