ECLI:NL:RBAMS:2015:6785
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker heeft tijdens een strafzitting een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer, stellende dat de rechters mogelijk vooringenomen zijn vanwege hun vermeende joodse achtergrond. Verzoeker wilde weten of de rechters joods waren, omdat hij meende dat dit hun onpartijdigheid zou beïnvloeden.
De rechtbank heeft overwogen dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, ongeacht diens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht. Het enkele feit dat de rechters niet ingingen op de vraag van verzoeker over hun religieuze achtergrond, kan niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevat die wijzen op vooringenomenheid of een gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en is het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 5:15 lid 5 Sv Pro.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die wijzen op rechterlijke vooringenomenheid.