ECLI:NL:RBAMS:2015:6812
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- A.W.H. Vink
- M.G. Tarlavski-Reurslag
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens te late indiening
Verzoeker, eiser in een lopende zaak tegen de Nederlandsche Bank, diende op 18 mei 2015 een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de comparitie van partijen op 7 januari 2015 leidde. Het verzoek richtte zich op het handelen van de rechter tijdens die comparitie en op een vermeende werkrelatie tussen de rechter en de voorzitter van een commissie die betrokken was bij de zaak.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend. Volgens artikel 37 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten waarop het is gebaseerd bekend zijn. De bezwaren hadden op of direct na de comparitie van 7 januari 2015 naar voren moeten worden gebracht. Ook de gronden die betrekking hadden op de werkrelatie tussen de rechter en de commissievoorzitter waren al geruime tijd vóór de comparitie bekend bij verzoeker.
Daarnaast is het verzoek niet-ontvankelijk omdat het niet door een advocaat is ingediend, terwijl artikel 79 Rv Pro vereist dat een wrakingsverzoek door een advocaat wordt ingediend. De rechtbank ziet geen aanleiding om verzoeker de gelegenheid te geven dit te herstellen. De wrakingskamer concludeert dat het verzoek niet ontvankelijk is en dat de mondelinge behandeling kan worden achterwege gelaten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en ontbreken van advocaatbijstand.