Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De beoordeling
3.De gronden van het verzoek
De reactie van de rechter
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak hebben verzoekers, afnemers van effectenleaseproducten van Dexia, een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die hun verzoek om pleidooi had afgewezen. De verzoekers stelden dat de rechter partijdig was omdat hij hun pleidooiverzoek afwees en zij onvoldoende gelegenheid kregen om nieuwe jurisprudentie en individuele omstandigheden toe te lichten.
De rechtbank overwoog dat de pleidooiverzoeken misbruik van procesrecht waren, bedoeld om onnodige vertraging te veroorzaken in een groot aantal soortgelijke zaken. De rechter handhaafde zijn beslissing omdat de nieuwe jurisprudentie en rapporten niet als zodanig nieuw of relevant werden gezien en de behandeling volgens het Hof-model plaatsvindt, waarbij mondelinge behandeling weinig meerwaarde heeft.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De afwijzing van een pleidooiverzoek is een procedurele beslissing die niet zonder meer wijst op partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en verzoekers 46 en 47 werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen partij zijn in de zaken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.