Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2015 in de zaak tussen
[naam] , te Amsterdam, eiser,
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft vervolgens in reactie op de brief van 10 oktober 2013 een aantal stukken aan de IGZ gezonden.
achterwege blijft(cursivering door rechtbank) en daaruit schade voor de gezondheid van de patiënt voortvloeit, betekent dit dat deze handelwijze onder de strafbepaling van artikel 109 (thans: artikel 96) valt, aldus de Memorie van Toelichting. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat ook een nalaten onder de werking van artikel 96 van Pro de Wet BIG valt. Deze beroepsgrond van eiser slaagt evenmin.
Beslissing
.