Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
/plaatsen/Naarden#.VCFj2_1_th4
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
Eiser, partner bij KPMG, had een geschil met een aannemer over een vordering van €200.000,- en verbleef tijdelijk in containers naast zijn woning. Diverse media publiceerden hierover artikelen die nog steeds via Google Search vindbaar zijn. Eiser verzocht Google Inc om verwijdering van deze zoekresultaten op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens en het Costeja-arrest van het Hof van Justitie van de EU.
De voorzieningenrechter oordeelde dat zoekmachines een belangrijke maatschappelijke functie vervullen en dat terughoudendheid geboden is bij het opleggen van beperkingen aan hun werking. De zoekresultaten waren relevant en niet bovenmatig, omdat ze juist en actueel waren en betrekking hadden op eiser zelf. Het belang van eiser bij verwijdering woog niet op tegen het recht van Google op informatievrijheid.
Ook het subsidiaire verzoek om de zoekresultaten lager te positioneren werd afgewezen vanwege technische onmogelijkheid. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt dat het verwijderingsrecht niet bedoeld is om onwelgevallige maar niet onrechtmatige artikelen via zoekmachines aan het publiek te onttrekken.
Uitkomst: Het verzoek van eiser om verwijdering van zoekresultaten over het geschil met de aannemer wordt afgewezen.