Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
3.Het verzoek van de man
4.Het verweer van de vrouw
5.De beoordeling
€ 130,-
Rechtbank Amsterdam
De man verzocht de rechtbank om verlaging van zijn kinderbijdrage aan zijn minderjarige kind, met als grond dat het inkomen van de vrouw is gestegen en zij is hertrouwd met een stiefvader met een vergelijkbaar inkomen. De vrouw stelde dat de behoefte van het kind juist was toegenomen door extra kosten, waaronder een kinderpsycholoog en opvangkosten.
De rechtbank stelde vast dat de opvangkosten niet in aanmerking worden genomen omdat deze voortvloeien uit het werkschema van de vrouw en haar echtgenoot. De kosten van de kinderpsycholoog werden wel erkend als een hogere behoefte. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €1.044 per maand.
De draagkracht van de man en vrouw werd berekend aan de hand van het Tremarapport, waarbij de man een aanzienlijk hoger netto besteedbaar inkomen heeft dan de vrouw. De zorgkorting werd vastgesteld op 20% vanwege de omgangsregeling. De rechtbank concludeerde dat de man voldoende draagkracht heeft om de eerder vastgestelde kinderbijdrage te blijven betalen.
Daarom werd het verzoek tot verlaging van de kinderbijdrage afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door rechter H.C. Hoogeveen op 4 november 2015.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot verlaging van de kinderbijdrage wordt afgewezen en hij blijft de huidige bijdrage van €641,37 per maand betalen.