Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 oktober 2015 in de zaak tussen
[persoon 1] , te [woonplaats] , eiser.
de Hoofdinspecteur Publieke en Geestelijke de Gezondheidszorg, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- De dossiervoering was onvolledig. Zo ontbraken in diverse dossiers de bevindingen van eiser en het daarop gebaseerde beleid, alsmede een voldoende uitgebreid psychiatrisch onderzoek, aantekening dat patiënten zijn geïnformeerd over risico's van de voorgeschreven medicatie en dat sprake is geweest van 'informed consent' bij off label medicatie. De verklaring van eiser dat dit een tijdelijk probleem was, heeft hij onvoldoende onderbouwd terwijl het niet afdoet aan het gebrek.
- Er vond onvoldoende overleg en intervisie met collega's plaats ten aanzien van de behandeling van de patiënten. Ten tijde van zijn werkzaamheden in het [naam centrum] informeerde hij de medebehandelaars van patiënten niet over wijzigingen van diagnoses en behandelingen, waaronder medicatie. Eiser nam eind 2011 ook geen deel aan een intervisiegroep. De verklaring van eiser dat dit een tijdelijk probleem was, heeft hij niet onderbouwd.
- Er vond onvoldoende fysieke controle plaats van de patiënten. Dat dergelijke controles achterhaald zijn, heeft eiser onvoldoende onderbouwd. Dat er feitelijke belemmeringen waren, zoals de afwezigheid van controleapparatuur, leidt niet tot de conclusie dat eiser die controles niet hoefde te verrichten.
Beslissing
.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2015.