Uitspraak
1.[naam 1] ,wonende te [plaats] ,hierna te noemen de man,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
Rechtbank Amsterdam
Partijen, voormalige samenlevers, hebben een duurzame affectieve relatie beëindigd zonder minderjarige kinderen. Zij hebben een natuurlijke verbintenis tot levensonderhoud die zij nakomen en wensen deze afspraken juridisch afdwingbaar te maken via een beschikking van de rechtbank met aanhechting van een convenant.
De rechtbank overweegt dat artikel 819 Rv Pro alleen toepassing vindt bij echtscheidingen, scheidingen van tafel en bed, en ontbinding van geregistreerd partnerschap, waar partijen verplicht zijn zich tot de rechter te wenden. Hier is dat niet het geval, zodat analoge toepassing niet mogelijk is. Partijen kunnen hun afspraken ook notarieel vastleggen.
De rechtbank wijst het verzoek af omdat er geen wettelijke onderhoudsplicht bestaat en het LBIO geen executoriale titel kan afdwingen zonder beschikking. Het verzoek is niet op de wet gegrond en partijen zijn niet ontvankelijk in hun vordering.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een alimentatieverplichting en aanhechting van een convenant wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke onderhoudsplicht.