Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
De lezing van verdachte mist daarmee elk detail, en is op geen enkele wijze verifieerbaar. Daarmee ontbreekt elk ankerpunt dat tot enige geloofwaardigheid zou kunnen leiden.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
[benadeelde partij]heeft zich gevoegd in deze procedure met een vordering tot schadevergoeding. Deze vordering bedraagt (na aftrek van ontvangen verzekeringspenningen) € 3.419,10, bestaande uit materiële schade.
[benadeelde partij], als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen, omdat verdachte jegens [benadeelde partij] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die het bewezen geachte feit heeft toegebracht. De rechtbank waardeert deze op € 326,45 (driehonderd zesentwintig euro en vijfenveertig cent).
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden.
[benadeelde partij]toe tot
€ 326,45 (driehonderd zesentwintig euro en vijfenveertig cent).
€ 326,45 (driehonderd zesentwintig euro en vijfenveertig cent)aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van 6 dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.