Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 november 2014, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 22 april 2015,
- het proces-verbaal van comparitie van 24 september 2015 en de daarin genoemde stukken,
- de fax van 20 oktober 2015 zijdens opdrachtgeefster met een reactie op het proces-verbaal.
2.De feiten
- ter zake van termijnen en (extra) meerwerk per saldo aan aanneemster te betalen € 471.265,08, vermeerderd met rente;
- ter zake van vervallen rente aan aanneemster te betalen € 117.094,97;
- tot terugzending van de bankgarantie groot € 328.512,00 aan ING.
heeft de realisatie van de toneelmechanische installaties uitbesteed aan Stakebrand B.V. (verder: Stakebrand). Stakebrand is failliet gegaan, waarna haar werkzaamheden zijn overgenomen door het doorgestarte Stakebrand/TWS B.V. (verder: Stakebrand/TWS).
de door ons op 20-05-09 goedgekeurde eindoplevering van de werkzaamheden van de toneelmechanische installaties …. Appelarbiters verwijzen ter zake ook naar de feiten, zoals die in eerste aanleg zijn vastgesteld en waartegen geen grief is gericht. Er resteerden wel nog opleveringsgebreken, waarvoor aanneemster aansprakelijk is. Opdrachtgeefster stelde ter zitting dat de directie uitsluitend over het geld ging en over de oplevering niets te zeggen had, maar op het voorblad van het bestek is de directie als zodanig in functie genoemd, terwijl ook deze functie door arbiters in eerste aanleg als feit is geconstateerd, en in paragraaf 9 en 10 UAV 1989 is de directie de instantie die over de oplevering gaat.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Overgangsrecht en ontvankelijkheid
€ 4.000,00toe.”
De gebreken aan de toneelmechanische installatie zijn opgenomen in de lijsten met opleverpunten door partijen”.
De gemeente[opdrachtgeefster, rb]
heeft bij herhaling aangegeven dat partijen initieel er vanuit gingen dat de gebreken zouden kunnen worden hersteld voor een som ad € 32.456,42. Die conclusie bleek echter onjuist”, aldus punt 4.16 van haar dagvaarding. Zij acht onder deze omstandigheden de motivering van het oordeel van appelarbiters dat het voor haar rekening komt dat zij heeft gekozen een (geheel) ander systeem aan te brengen gebrekkig. De rechtbank kan opdrachtgeefster daarin niet volgen en licht dat als volgt toe.
vervangingvan het besturingssysteem en kan daarom in het midden blijven. Kern van de overwegingen van appelarbiters, mede gezien tegen de achtergrond van de vaststaande feiten vermeld onder 13 sub
f., j.en
k.van hun vonnis, is dat partijen waren overeengekomen dat opdrachtgeefster zou trachten de opleverpunten ten aanzien van de toneel mechanische installatie rechtstreeks af te handelen met Stakebrand/TWS, dat het Liftinstituut op basis van de door Stakebrand/TWS genomen maatregelen en verrichte inspecties het gebruik van de trekkeninstallatie verantwoord vond, maar dat opdrachtgeefster vervolgens zelf, op basis van een advies van pb theateradviseurs, ervoor heeft gekozen een geheel nieuw besturingssysteem (inclusief motoren) aan te laten brengen. In het bijzonder tegen de achtergrond van de initiële afspraak tussen partijen dat de gebreken voor € 32.456,32 zouden worden hersteld, is het oordeel van appelarbiters dat het onder deze omstandigheden voor rekening van opdrachtgeefster komt dat zij ervoor heeft gekozen een geheel nieuw besturingssysteem aan te laten brengen (waarvan de kosten € 2.268.974,50 bedroegen) niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Bij deze uitkomst behoefden appelarbiters zich niet meer uit te laten over de conclusies van de deskundigen, omdat een beslissing daarover appelarbiters niet tot een ander oordeel zou leiden.
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)