ECLI:NL:RBAMS:2015:8332
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in beslagprocedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een procedure behandelde over de opheffing van beslag gelegd door de voormalige advocaat van verzoeker onder ABN AMRO. Verzoeker stelde dat de rechter niet onafhankelijk was vanwege zijn rol als voorzitter van een begeleidingscommissie van Delta Lloyd, een joint-venture partner van ABN AMRO.
De rechter verklaarde geen medewerker van Delta Lloyd te zijn en benadrukte dat ABN AMRO geen partij was in het geding maar slechts derde-beslagene. De wrakingskamer onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die de rechterlijke onpartijdigheid konden schaden.
De kamer oordeelde dat het verband tussen de rechter en de partijen te ver verwijderd was om de schijn van vooringenomenheid te rechtvaardigen. Ook de beschuldiging dat de voormalige advocaat de kant van ABN AMRO koos, bracht hierin geen verandering. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van schijn van vooringenomenheid.