Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. Z.L. Achouak El Idrissi en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J. Verstegen, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2014253072-1 van 17 oktober 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (doorgenummerde pag. 142 e.v.).
Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2014253072 van 23 december 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 3] (doorgenummerde pag. 179 e.v.).
Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PL1300-2014253072-7 van 17 oktober 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (doorgenummerde pag. 156 e.v.).
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2014253072-2 van 15 oktober 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 8] (doorgenummerde pag. 134 e.v.).
Een proces-verbaal van verhoor d.d. 6 maart 2015, van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte met nummer 2014253072 van 23 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] (doorgenummerde pag. 376 e.v.).
Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PL1300-2014253072 van [geboortedatum] 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 3] (doorgenummerde pag. 88 e.v.)
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Ten aanzien van de benadeelde partij
[slachtoffer] ,als gevolg van de hiervoor onder 1 en 2 primair bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. Dit betreft immateriële schade. De rechtbank waardeert de schade op € 500,- (vijfhonderd euro). De vordering kan tot dat bedrag worden toegewezen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
3 (drie) maanden.
[slachtoffer], aan de Staat € 500,- (vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,- vanaf 11 oktober 2014. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door
hechtenis van 10 (tien) dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichtingen niet op.