Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2015 in de zaak tussen
[naam 1] , te Amsterdam, eiser
de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
.
Rechtbank Amsterdam
Eisers ontvingen een AIO-aanvulling die door verweerder op 1 februari 2015 werd opgeschort wegens vermoeden van onrechtmatigheid in het bezit van vermogen in het buitenland. Verweerder voerde een onderzoek uit, waaronder een huisbezoek, waarbij eisers weigerden hun CIN-nummer te verstrekken. Bij besluit van 22 mei 2015 werd het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Later, op 29 september 2015, herstelde verweerder de AIO-uitkering met terugwerkende kracht en betaalde de te weinig ontvangen bedragen na.
Eisers klaagden dat verweerder niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken na opschorting een definitief besluit had genomen, wat volgens artikel 54, eerste lid, van de Participatiewet niet is toegestaan. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een gebrek vertoonde doordat deze termijn werd overschreden, maar dat het beroep niet ontvankelijk was wegens gebrek aan belang omdat de uitkering inmiddels was hersteld.
De rechtbank oordeelde verder dat het onderzoek naar vermogen in het buitenland niet onredelijk was en dat het huisbezoek en de weigering om het CIN-nummer te verstrekken rechtmatig waren beoordeeld. Gezien het niet tijdig nemen van het besluit veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege het niet tijdig nemen van een definitief besluit.