ECLI:NL:RBAMS:2016:1138
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet strafbare lozing van AFFF blusmiddel op mijnbouwinstallaties in Noordzee
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verweten onvoldoende maatregelen te hebben genomen om lozing van AFFF, een blusmiddel gebruikt op boorplatforms, in de Noordzee te voorkomen. De kernvraag was of AFFF onder artikel 81 van Pro het Mijnbouwbesluit valt, dat lozingen van bepaalde schadelijke stoffen verbiedt.
Het Openbaar Ministerie stelde dat AFFF onder dit artikel valt omdat het een chemische stof is die gebruikt wordt bij de opsporing en winning van delfstoffen en dat artikel 81 een Pro implementatie is van het OSPAR-verdrag en bijbehorende besluiten. De verdediging betoogde dat blusmiddelen zoals AFFF expliciet zijn uitgezonderd van het Harmonised Mandatory Control System (HMCS) onder OSPAR Decision 2000/2, en dus niet onder artikel 81 Mijnbouwbesluit Pro vallen.
De rechtbank volgde de verdediging en oordeelde dat uit de toelichting en de Common Interpretation van OSPAR blijkt dat blusmiddelen niet onder het HMCS vallen en dat artikel 81 Mbb Pro deze uitzonderingen overneemt. Er was geen aanwijzing dat de wetgever verder wilde gaan dan OSPAR. Daarom was de lozing van AFFF niet strafbaar onder artikel 81 Mbb Pro en werd verdachte vrijgesproken.
De rechtbank benadrukte dat deze vrijspraak niet betekent dat het lozen van AFFF is toegestaan, maar alleen dat het niet strafbaar is gesteld onder het Mijnbouwbesluit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de lozing van AFFF niet onder artikel 81 Mijnbouwbesluit valt en dus niet strafbaar is.