Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
“Hoi [persoon 1] , Wat gebeurt is had nooit mogen gebeuren. Voel me er slecht over. Het spijt me heel erg.”
5.Bewezenverklaring
- bovenop haar is gaan liggen en
- aan haar borsten heeft gevoeld en
- één of meer vinger(s) en zijn, verdachtes, penis in haar vagina heeft gebracht en gehouden
- die [persoon 1] nog maar een paar dagen uit de Detox van de Jellinekkliniek was en bij haar moeder verbleef om te voorkomen dat ze zou terugvallen en om een veilige plek te hebben en
- dat hij van die omstandigheid op de hoogte was en
- hij, verdachte, als huisvriend van die [persoon 1] en haar moeder in diezelfde woning verbleef en
- die [persoon 1] al enige tijd in bed lag en bijna in slaap was gevallen en
- verdachte, terwijl hij alleen was gekleed in een handdoek, midden in de nacht onaangekondigd en onuitgenodigd en onverhoeds de slaapkamer van die [persoon 1] is binnengegaan en
- aldus voor die [persoon 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en
- terwijl die [persoon 1] zei: "wat doe je?" en "wat is dit?" en "wat ben je in godsnaam aan het doen" en "ga mijn kamer uit" hij desondanks naast die [persoon 1] in hetzelfde bed is gaan liggen en hij daarbij zei: "ik kom gewoon lekker naast je liggen" en "je bent echt mooi" en "je hoeft niks te zeggen" en "je hebt gewoon echte liefde nodig nu, wees maar stil” en
- terwijl die [persoon 1] bleef zeggen: "nee" en "doe dit niet" en
- terwijl die [persoon 1] zijn hand probeerde weg te duwen hij tegen haar heeft gezegd ‘rustig maar” en
- haar shirt naar beneden heeft getrokken teneinde haar borsten te kunnen betasten en
- aldus misbruik heeft gemaakt van zijn positie van huisvriend van die [persoon 1] en haar moeder en misbruik heeft gemaakt van de omstandigheid dat die [persoon 1] net uit een detox-opname kwam en van de labiele situatie waarin die [persoon 1] zich na haar detox-opname bevond.
6.De strafbaarheid van het feit en verdachte
7.Motivering van de straf
25 januari 2016 niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
24 (vierentwintig) maanden.
€ 5.000,- (zegge vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 15 juli 2014 tot aan de dag van algehele voldoening.
€ 2.075,78 (tweeduizendvijfenzeventig euro en achtenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening.
€ 7.075,78 (zevenduizendvijfenzeventig euro en achtenzeventig cent)aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van
70 dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.