Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.MR. JAN JOHAN DINGEMANS
MR. SEBASTIAAN MAARTEN MARIE VAN DOOREN
MR. RUDI VAN GOMPEL
MR. JOHAN VAN CAUWENBERG
1.naamloze vennootschap [kantoor] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
1. De procedure
- het tussenvonnis van 26 september 2012 (het eerste tussenvonnis);
- de akte na tussenvonnis houdende verzoek om terug te komen op bindende eindbeslissing en uitlating bewijs van de curatoren met producties;
- de akte na tussenvonnis houdende verzoek om terug te komen op bindende eindbeslissingen, tevens antwoordakte, van [gedaagden gezamenlijk] ;
- de antwoordakte en verzoek tot verlof voor tussentijds appel van de curatoren;
- het tussenvonnis van 22 mei 2013;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 23 oktober 2013;
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 24 oktober 2013;
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 9 december 2013;
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 27 mei 2014;
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 12 juni 2014;
- de akte ten aanzien van getuigenverhoor [gedaagde sub 2] van curatoren met producties;
- de antwoordakte ten aanzien van getuigenverhoor [gedaagde sub 2] van [gedaagden gezamenlijk] ;
- de beschikking van de rechter-commissaris van 15 oktober 2014;
- de akte uitlating producties van [gedaagden gezamenlijk] van 17 december 2014;
- de conclusie na enquête van de curatoren;
- de conclusie na enquête van [gedaagden gezamenlijk]
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
Ten aanzien van [gedaagden gezamenlijk]
- Betaling van de declaraties ten bedrage van ongeveer € 240.000 heeft deels (vrijwel meteen) nadat de koopprijs (grotendeels) op de rekening van Tessbo was bijgeschreven (op 21 maart 2005) plaatsgevonden (deels tussen 24 en 31 maart 2005 en voor het overige later in 2005).
- [naam 1] heeft het volgende verklaard:
- Het enig actief van Tessbo was deze villa; het was wel de bedoeling dat binnen Tessbo activiteiten zouden worden ontplooid (op het gebied van vastgoed en ‘Inflatie Exchange Contracten’), maar die activiteiten waren in februari/maart 2005 nog niet van de grond gekomen, zo hebben [broer] , [naam 1] en [getuige] als getuige verklaard (en op dat moment was dit in ieder geval niet bij [gedaagden gezamenlijk] bekend).
- [kantoor] wist van de omvangrijke belastingschulden van de Kooilust-vennootschappen en van [naam 1] in privé, die onbetaald werden gelaten. De Ontvanger had op 2 juni 2004 beslag gelegd onder [naam 1] en diverse Kooilust-vennootschappen. Reeds vóór november 2004 stonden advocaten van [kantoor] [naam 1] en zijn vennootschappen bij in deze kwestie. Ten bewijze hiervan hebben de curatoren de door [kantoor] opgestelde dagvaarding houdende verzet tegen dwangbevelen zijdens [naam 1] , zijn echtgenote en een aantal vennootschappen (waaronder Kooilust Investments, Bremraap, Mubavi Real Estate en Stolker Beheer) van 18 november 2004, alsmede de conclusie van antwoord van de Ontvanger in het geding gebracht.
- Op 24 juni 2004 heeft de Belastingdienst [naam 1] een voorstel gedaan om voor de uiterlijk op 11 december 2004 te betalen omzetbelastingschuld van € 4.180.000 ten gunste van de Belastingdienst een tweede hypotheek te vestigen op de villa. Er rustte op de villa toen al een eerste hypothecaire inschrijving van NSH Nordbank AG ter hoogte van € 6 miljoen, voor een vordering die volgens de Belastingdienst destijds € 3,7 miljoen in hoofdsom beliep. Uiteindelijk is de tweede hypotheek niet gevestigd.
- In november 2004 legde de Ontvanger paulianabeslag op de villa [villa] ten behoeve van de invordering van de aanslag inkomstenbelasting 2000 ten bedrage van € 818.432 en voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van [naam 1] ter zake van de omzetbelastingschuld ten bedrage van € 4.180.000. Bijgestaan door (een advocaat van) [kantoor] hebben [naam 1] en zijn echtgenote op 18 november 2004 verzet aangetekend tegen de dwangbevelen (zie hiervoor). Als gevolg van het paulianabeslag was de vordering van NSH Nordbank op Tessbo direct opeisbaar. Op 17 december 2004 heeft NSH Nordbank de executie aangezegd. [kantoor] heeft Tessbo ( [naam 1] ) ter zake in rechte bijgestaan.
- US$ 731.781,61 aan Flying Partners;
- US$ 66.623,46 aan Flying Service;
- US$ 88.840,70 aan Cessna Aircraft Company (“in respect of defect rectifications to the Aircraft”);
zonder meerduidelijk is dat voor hem ( [gedaagden gezamenlijk] )
zonder meerduidelijk moet zijn geweest dat door te doen wat hij deed derden in hun verhaalsmogelijkheden daadwerkelijk zouden worden benadeeld. Onder omstandigheden – die zich hier voordoen – mag en moet van de advocaat worden verwacht dat hij nader onderzoek doet (vragen stelt aan zijn cliënt) voordat hij eraan meewerkt dat de verkoopopbrengst van een belangrijk actief (in dit geval volgens de curatoren het enige actief) wordt onttrokken aan het vermogen van de cliënt. Niet gebleken is dat [gedaagden gezamenlijk] dit heeft gedaan.
- Dijk en Renting hadden ook zonder de bemoeienis van [gedaagden gezamenlijk] de koopprijs aan KIC kunnen laten betalen;
- Dijk en Renting zijn pas lange tijd na uitbetaling van de koopprijs gefailleerd;
- Dijk en Renting hebben nagelaten tijdig KIC aan te spreken tot voldoening van hun vordering.
- [gedaagde sub 3] als bevoegd bestuurder van Dijk en Renting heeft het besluit genomen de koopprijs te laten betalen aan KIC (en de betalingsinstructie die tot die betaling heeft geleid ondertekend);
- Dijk en Renting hebben (kennelijk) geen pogingen gedaan om hun vorderingen op KIC voldaan te krijgen;
- schade die Domus mogelijk heeft geleden is het gevolg van het stilzitten van de curatoren (in februari 2005 wisten zij al dat het vliegtuig verkocht zou worden, maar hebben vervolgens geen enkele poging gedaan om de (beweerdelijke) vorderingen van Domus op Dijk en Renting voldaan te krijgen).
4.De beslissing
20 april 2016voor de akte van de curatoren als bedoeld in r.ov. 3.12.5, 3.16.3 en 3.16.4,