ECLI:NL:RBAMS:2016:1660

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2016
Publicatiedatum
25 maart 2016
Zaaknummer
HA RK 87.2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van wrakingsverzoek na vonnis

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter mr. A.W.J. Ros nadat het vonnis in haar zaak al was gewezen. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waarin is bepaald dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gedaan zolang de rechter nog een zaak in behandeling heeft.

Omdat het vonnis op 18 februari 2016 was gewezen en het wrakingsverzoek pas op 1 maart 2016 werd ingediend, was de rechter geen zaak meer in behandeling. Hierdoor was het wrakingsverzoek niet ontvankelijk. De rechtbank zag geen aanleiding tot een mondelinge behandeling, omdat het recht op hoor en wederhoor alleen geldt voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek.

De rechtbank heeft daarom het wrakingsverzoek van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard en dit besluit is uitgesproken op 15 maart 2016. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na het eindvonnis is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 1 maart 2016 schriftelijk gedane, op 3 maart 2016 ingekomen, en onder rekestnummer C/15/603717/ HA RK 87.2016 ingeschreven verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde [gemachtigde] ,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.W.J. Ros, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
 het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 1 maart 2016 waaronder het vonnis van de rechter van 18 februari 2016 in de procedure met zaaknummer 4333550 CV 15-20013.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Verzoekster heeft als eisende partij bij dagvaarding van 24 juli 2015 bij deze rechtbank een aantal vorderingen ingesteld. De procedure staat bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 4333550 CV 15-20013. Bij vonnis van 18 februari 2016 zijn de vorderingen van verzoekster afgewezen.
2.2.
Ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Uit voornoemd artikel 36 Rv Pro volgt ook dat een wrakingsverzoek slechts de rechter kan betreffen die een zaak van de betrokken partij in behandeling heeft. Dit brengt mee dat geen wrakingsverzoek meer kan worden gedaan nadat in de zaak bij eindvonnis is beslist. De rechter heeft dan immers geen zaak van de betrokken partij meer in behandeling.
2.4.
Het verzoek tot wraking is gedaan bij brief van 1 maart 2016 nadat op 18 februari 2016 vonnis was gewezen. Verzoekster kan daarom niet in het door haar ingediende verzoek worden ontvangen. Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 39 Rv Pro bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
2.5.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
 verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.J. Dondorp en M.G. Tarlavski-Reurslag, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv Pro, geen voorziening open.