ECLI:NL:RBAMS:2016:2413

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 maart 2016
Publicatiedatum
25 april 2016
Zaaknummer
EA VERZ 16-216
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:671b lid 8 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet meewerken aan re-integratie zonder transitievergoeding

De werknemer was sinds een bepaalde datum werkzaam bij Asito Amsterdam B.V. als medewerker algemeen schoonmaakonderhoud met een arbeidsomvang van 12,5 uur per week. Sinds augustus 2014 liep een re-integratietraject. Vanaf 15 augustus 2015 verscheen de werknemer niet meer op het werk en miste meerdere afspraken bij de bedrijfsarts en verzuimgesprekken. Na een officiële waarschuwing en opschorting van loonbetaling bleef de werknemer afwezig.

Asito verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie, met als gevolg geen recht op transitievergoeding. De werknemer voerde aan dat hij uitnodigingen niet had ontvangen vanwege verhuizing en gebrek aan internet, en dat hij zijn arbeidsovereenkomst wilde beëindigen vanwege andere werkzaamheden.

De kantonrechter oordeelde dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet deugdelijk was nagekomen en dat sprake was van verwijtbaar handelen. Herplaatsing was niet aan de orde. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 mei 2016, de datum van reguliere beëindiging. Geen transitievergoeding werd toegekend omdat de werknemer zelf beëindiging wenste en er vanuit was gegaan dat de arbeidsovereenkomst al was geëindigd na de loonsanctie. Iedere partij draagt eigen proceskosten.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder transitievergoeding met ingang van 1 mei 2016 wegens niet meewerken aan re-integratie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 4849976 EA VERZ 16-216
beschikking van: 30 maart 2016
func.: 623

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Asito Amsterdam B.V.

gevestigd te Almelo
verzoekster
nader te noemen: Asito
gemachtigde: mr. M. Leidekker
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
verweerder
nader te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Asito heeft op 23 februari 2016 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 23 maart 2016. Asito is verschenen bij [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende.
1.1.
[gedaagde] , geboren op [geboortedatum] , is sedert [datum] in dienst van Asito en is laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker algemeen schoonmaakonderhoud. De arbeidsomvang bedroeg laatstelijk 12,5 uur per week. Het bruto uurloon bedroeg laatstelijk € 11,46 exclusief vakantietoeslag.
1.2.
Sinds 25 augustus 2014 hebben partijen een re-integratietraject gestart.
1.3.
Na zijn vakantie is [gedaagde] op 15 augustus 2015 niet op het werk verschenen.
1.4.
[gedaagde] is niet verschenen op de afspraken bij de bedrijfsarts op 18 augustus 2015, 15 september 2015 en 22 september 2015. Hiervoor heeft [gedaagde] op 8 oktober 2015 een officiële waarschuwing van Asito gekregen.
1.5.
[gedaagde] is niet op een verzuimgesprek op 12 oktober 2015 verschenen. Vanaf die datum is de loonbetaling opgeschort. Dit was tevoren in een brief aangekondigd.
1.6.
[gedaagde] is niet verschenen op een afspraak op 19 oktober 2015 en 27 oktober 2015.
1.7.
Asito heeft een deskundigenoordeel van het UWV aangevraagd. In dit deskundigenoordeel van 24 november 2015 heeft de arbeidsdeskundige geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van [gedaagde] onvoldoende waren.

Verzoek

2. Asito verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] zonder toekenning van een transitievergoeding te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a jo. 7:669 lid 3, primair onderdeel e en subsidiair onderdeel g van het Burgerlijk Wetboek (BW).
3. Aan dit verzoek legt Asito ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – verwijtbaar handelen van [gedaagde] . Hij heeft op meerdere uitnodigingen (per post en per e-mail verstuurd) voor het spreekuur van de bedrijfsarts en gesprekken met Asito niet gereageerd. Ook na opschorting van de loonbetaling heeft [gedaagde] niets van zich laten horen. Zodoende heeft [gedaagde] niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldaan. Zijn nalatigheid is dus danig verwijtbaar dat dit tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder transitievergoeding zou moeten leiden.

Verweer

4. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de uitnodigingen voor het spreekuur van de bedrijfsarts en gesprekken met Asito niet heeft ontvangen. Hij leest zijn e-mail niet, hij heeft ook geen internetverbinding en hij is net voor zijn vakantie verhuisd en de post is, ondanks dat hij zijn nieuwe adres aan Asito heeft doorgegeven, naar zijn oude adres toegestuurd. Het deskundigenoordeel van het UWV heeft hij wel ontvangen. Hij heeft daarop en op de loonsanctie niet gereageerd. Hij heeft al ruim 20 jaar een andere fulltime baan en wegens zijn medische situatie kan hij niet langer daarnaast nog voor Asito in de avonduren werken. Hij geeft dan ook aan zijn arbeidsovereenkomst met Asito te moeten beëindigen.

Beoordeling

5. Asito stelt dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in feit dat [gedaagde] meer malen niet heeft gereageerd op uitnodigingen voor bezoeken aan de bedrijfsarts en gesprekken met Asito in het kader van zijn re-integratie. Voor zover Asito de brieven al verkeerd zou hebben geadresseerd dan lag het toch tenminste op de weg van [gedaagde] om te zorgen dat hij zijn e-mails kon raadplegen – het e-mailadres heeft hij immers zelf aan Asito opgegeven – en dat hij zelf contact met Asito zou opnemen, zeker naar aanleiding van de loonsanctie en het deskundigenbericht. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan, naar eigen zeggen omdat hij na de loonsanctie dacht dat de arbeidsovereenkomst tot een einde was gekomen, waar hij zich ook in kon vinden omdat hij zijn werk bij Asito niet langer kon combineren met zijn werk bij een andere werkgever.
6. Aldus is [gedaagde] zonder deugdelijk grond zijn re-integatieverplichtingen niet nagekomen en is er sprake van verwijtbaar handelen van [gedaagde] als bedoeld in artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel e, BW. Gelet op die grond ligt een herplaatsing van [gedaagde] – voor zover mogelijk – niet in de rede.
7. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Asito zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel e, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 mei 2016. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Voor een kortere ontbindingstermijn ziet de kantonrechter geen aanleiding. Daarvoor zou [gedaagde] niet alleen verwijtbaar maar ernstig verwijtbaar moeten hebben gehandeld. Asito heeft niet beargumenteerd waarom de verwijtbaarheid ernstig zou zijn.
8. De kantonrechter zal bepalen dat Asito geen transitievergoeding verschuldigd is. Tot dit oordeel komt de kantonrechter niet omdat [gedaagde] ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld maar omdat [gedaagde] ter zitting heeft aangegeven dat hij de arbeidsovereenkomst met Asito zelf wil beëindigen wegens zijn andere werkzaamheden en er na de loonsanctie ook vanuit was gegaan dat de arbeidsovereenkomst ook beëindigd was.
9. Nu aan de ontbinding geen vergoeding wordt verbonden, hoeft Asito geen gelegenheid krijgen het verzoek in te trekken.
10. De proceskosten worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen zonder toekenning van een transitievergoeding met ingang van 1 mei 2016;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gegeven door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.