ECLI:NL:RBAMS:2016:3071
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij terugvordering creditcardschuld consument woonachtig in buitenland
De zaak betreft een vordering van International Card Services B.V. (ICS) tegen een consument die oorspronkelijk in Nederland woonde maar inmiddels in het buitenland woont. ICS vordert betaling van een openstaande creditcardschuld. ICS beroept zich op de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 lid 1 van Pro de EEX-Verordening, omdat de verbintenis moet worden uitgevoerd in Nederland, waar ICS is gevestigd.
De kantonrechter onderzoekt de toepasselijkheid van de EEX-Verordening en stelt vast dat de hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is, tenzij een uitzondering van toepassing is. De overeenkomst wordt beheerst door Nederlands recht, omdat ICS haar woonplaats in Nederland had bij het sluiten van de overeenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de betalingsverplichting een brengschuld is, maar dat dit niet leidt tot bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Betalingen kunnen immers overal worden verricht via bankoverschrijving. Het belang van de consument bij behandeling in zijn woonplaats weegt zwaarder dan het belang van ICS bij behandeling in Nederland. Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd omdat de Nederlandse rechter niet bevoegd is voor de terugvordering van de creditcardschuld.