Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
1. medeplegen van drugsbezit op 11 maart 2014 te Amsterdam;
2. medeplegen van wapen- en munitiebezit op 11 maart 2014 te Amsterdam;
3. medeplegen van dan wel medeplichtigheid aan valsheid in geschrift in de periode van 1 januari 2013 tot en met 21 mei 2014 te Amsterdam;
Voorvragen
4.Het bewijs
chain of custody, is derhalve niet doorbroken. Het verweer wordt verworpen.
Verder merkt de rechtbank op dat er in dit geval geen contra-indicaties zijn anders dan de verklaring van [persoon 1] dat hij het wapen (en de drugs) heeft neergelegd en wel, zo begrijpt de rechtbank, buiten medeweten van verdachte. De rechtbank schuift die verklaring geheel terzijde, omdat [persoon 1] wisselend en onnauwkeurig heeft verklaard en, geconfronteerd met het gebrek aan eenduidigheid of gevraagd naar details, geen antwoord of uitleg heeft willen geven. De rechtbank beschouwt de getuigenverklaring daarom als volstrekt onbetrouwbaar en niet bruikbaar om als bewijs van enig feit te dienen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de verklaring, dat een ander contrabande in de woning heeft geplaatst, niet zonder meer afdoet aan de vaststelling dat verdachte hiervan wetenschap heeft gehad of gekregen, en die situatie kennelijk in stand heeft gelaten.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvan
19 (negentien) maanden.
voorarrestis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf
in mindering zal worden gebracht.