ECLI:NL:RBAMS:2016:3749
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie en rechtsmacht bij internationaal geschil
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot wijziging van de partneralimentatie tussen een Nederlandse man en een vrouw met Costa Ricaanse nationaliteit. Partijen waren gehuwd geweest en hadden een convenant gesloten waarin een alimentatiebedrag was vastgesteld. De man verzocht om verlaging van de alimentatie wegens inkomensdaling en gewijzigde gezinssituatie.
De vrouw verbleef in Costa Rica en was niet verschenen in de procedure, maar de rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht had op grond van de Alimentatieverordening en het Haagse Protocol, vanwege nauwe verbondenheid met Nederland en het feit dat een procedure in Costa Rica niet redelijkerwijs kon worden gevolgd.
De rechtbank oordeelde dat het Nederlandse recht van toepassing was en dat sprake was van een wijziging van omstandigheden. Het verzoek tot verlaging van de alimentatie tot €500 bruto per maand met ingang van 1 januari 2013 werd toegewezen. Het teveel betaalde werd verrekend met de betalingsachterstand, zonder terugbetalingsverplichting voor de vrouw.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd naar €500 per maand met ingang van 1 januari 2013 en het teveel betaalde wordt verrekend.