Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2016.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft op 3 november 2015 een Wob-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn. Omdat verweerder niet tijdig besloot, stelde eiser het bestuursorgaan bij formulier van 1 december 2015 in gebreke. Vervolgens diende eiser op 16 januari 2016 beroep in tegen het uitblijven van het besluit en vorderde onder meer dwangsommen en vergoeding van griffierechten.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn voor het Wob-verzoek vier weken bedraagt, waardoor de ingebrekestelling op 1 december 2015 te vroeg was ingediend. Jurisprudentie en artikel 6:12, tweede lid, Awb bepalen dat een beroep pas kan worden ingediend nadat het bestuursorgaan daadwerkelijk in gebreke is gesteld, wat hier niet het geval is.
Hoewel eiser betoogde dat een te vroege ingebrekestelling toch geldig moet worden geacht, volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat een premature ingebrekestelling geen ingebrekestelling is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij de vorderingen tot vergoeding van griffierechten en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een premature ingebrekestelling.