Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
(…)
concept of het ‘geïntegreerd schoonmaak’concept.
Aanbestedingswet. Het standpunt dat de uitvoering van meerdere taken door één persoon moet plaatsvinden en dat op basis hiervan geoordeeld wordt dat verdeling in percelen onmogelijk is, gaat eraan voorbij dat de werkzaamheden zo veel omvattend zijn dat dat te veel is voor één persoon, zodat er altijd sprake zal zijn van uitvoering door meerdere personen. Bovendien geldt voor alle marktpartijen dat zij een deel van de werkzaamheden niet door eigen personeel kunnen laten uitvoeren en dat zij dus onderaannemers zullen moeten inschakelen. Het standpunt van de ROC’s gaat dus niet op en het is daarmee een ondeugdelijke motivering van de scope van de opdracht (samenvoeging een geen verdeling in percelen.) Wij verzoeken u daarom de scope van de opdracht in heroverweging te nemen en af te zien van de gekozen samenvoeging. Wij staan open voor andere samenvoegingen of perceelsverdelingen die recht doen aan de situatie in de markt.
De keuze voor de opzet van de aanbestedingsprocedure is uitgebreid toegelicht in paragraaf 2.2. en paragraaf 2.7 van het Selectiedocument. Het behoort tot de vrijheid van de Aanbestedende Dienst om de door hem gewenste functionaliteiten van de gevraagde dienstverlening te formuleren, en zijn behoeftes op verschillende aspecten van facilitaire dienstverlening te willen bundelen in één geïntegreerde vorm van dienstverlening. Als ‘de markt’ onverhoopt niet in staat zou (…) zijn de door de Aanbestedende Dienst gewenste dienstverlening te voorzien, zal dat gedurende de aanbestedingsprocedure blijken.
3.Het geschil
4.De beoordeling
verschillende aanbestedende diensten samenen clusteren van
ongelijksoortige opdrachten.
verschillende aanbestedende diensten. Weliswaar zijn de drie gedaagden elk een zelfstandige rechtspersoon, maar als aanbestedende dienst geldt ‘De combinatie van de Stichting Regionaal Opleidingscentrum van Amsterdam, Stichting Regionaal Opleidingscentrum van Flevoland en Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam’. Nu deze combinatie valt onder een overkoepelende Stichting, met één Raad van Bestuur, één Raad van Toezicht en één facilitaire dienst, kan de combinatie als één aanbestedende dienst worden gekwalificeerd.
ongelijksoortige opdrachtenbetreft, op goede gronden bestreden. CSU heeft in dit verband gesteld dat wanneer gekozen wordt voor het concept ‘Schoonmaak+’ gesproken kan worden van één opdracht, maar dat dit niet geldt wanneer het ‘Geïntegreerd schoonmaak’ concept aan de orde is. Het ROC c.s. heeft terecht aangevoerd dat op dit moment nog niet vast staat hoe de opdracht exact zal worden ingevuld, aangezien dat nu juist nog onderwerp vormt van de dialoog procedure. Verder geldt dat ook het ‘geïntegreerd schoonmaak’ concept niet dermate branchevreemde aspecten bevat dat de keuze voor dat concept meebrengt dat deze aanbesteding als verschillende, ongelijksoortige opdrachten betreffend moet worden aangemerkt, terwijl dat niet het geval zou zijn wanneer voor het ‘schoonmaak+’concept wordt gekozen. Uit de in de selectieleidraad genoemde voorbeelden kan immers worden afgeleid dat ook in het ‘geïntegreerd schoonmaak concept’ de (beoogde) werkzaamheden die verder gaan dan het klassieke schoonmaakwerk beperkt van aard zijn en aan schoonmaakwerk gerelateerd blijven. Onder meer uit de eigen website van CSU blijkt bovendien dat dergelijke aanvullende werkzaamheden binnen haar onderneming worden aangeboden. Het geheel van de (nog nader in te vullen) aanbesteding kan dan ook als één opdracht worden aangemerkt.