Uitspraak
[gerekwestreerde 2],
[gerekwestreerde 3],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 29 juni 2016 uitspraak gedaan in een verzoek om verlof voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag. Verzoeker, auteur van het boek 'De Straatvechter, mijn verhaal', heeft op 15 juni 2016 een verzoekschrift ingediend om bewijsbeslag te leggen ten laste van verschillende gerekwestreerden, waaronder Dutch Mountain Film B.V. en VPRO, in verband met een vermeende auteursrechtinbreuk door een op te nemen dramaserie. Eerder, op 15 april 2016, was een vergelijkbaar verzoek door de voorzieningenrechter van deze rechtbank afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk was dat de tv-serie overeenstemde met het boek van verzoeker.
De voorzieningenrechter heeft in deze beschikking overwogen dat verzoeker niet heeft voldaan aan de verplichting om relevante feiten volledig en naar waarheid te vermelden. Hij had in zijn verzoekschrift moeten aangeven dat er eerder een verzoek was afgewezen en dat hij een soortgelijk verzoek had ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. Dit gebrek aan transparantie heeft geleid tot een belangenafweging die in het nadeel van verzoeker uitviel. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat verzoeker onvoldoende nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die een heroverweging van de eerdere afwijzing rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de dreiging van auteursrechtinbreuk niet voldoende is om het gevraagde verlof voor bewijsbeslag toe te kennen, vooral omdat de uitzending van de tv-serie nog niet heeft plaatsgevonden. De beslissing om het verzoek af te wijzen is genomen met inachtneming van het recht op uitingsvrijheid van de betrokken partijen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om verlof voor bewijsbeslag dan ook geweigerd.