De moeder verzoekt de ontkenning van het vaderschap van de man ten aanzien van haar kind [minderjarige], geboren tijdens het huwelijk maar verwekt toen zij en de man gescheiden leefden. De man is volgens Turks recht juridisch vader, maar de biologische vader is een ander, met wie de moeder samenwoont.
De bijzondere curator stelt dat Turks recht van toepassing is en dat alleen de juridisch vader een verzoek tot ontkenning kan indienen, waardoor de moeder niet ontvankelijk zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat toepassing van deze regel strijdig is met de Nederlandse openbare orde, omdat het vrouwen ongelijk behandelt.
De rechtbank past daarom de openbare orde exceptie toe en verklaart de moeder ontvankelijk. Gelet op het feit dat de moeder en man gescheiden leefden ten tijde van de conceptie, hoeft de moeder geen bewijs te leveren dat de man niet de vader is. De rechtbank acht het voldoende bewezen dat de vader de biologische vader is en wijst het verzoek van de moeder toe.
De bijzondere curator's verzoek behoeft geen bespreking meer. De griffier wordt opgedragen de beschikking na kracht van gewijsde aan de burgerlijke stand te zenden.