Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
- voorzien van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar de woning gelegen aan de [adres 3] zijn gegaan en
- bij deze woning hebben aangebeld en
- direct na het openen van de deur een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het lichaam van die [persoon 1] hebben gericht en gericht gehouden en
- dreigend tegen die [persoon 1] hebben gezegd "Geld, geld, waar is de kluis?" en
- die [persoon 1] de trap op naar de eerste verdieping en de vliering hebben gedirigeerd en
- dreigend tegen die [persoon 1] hebben gezegd dat hij naar de kluis moest gaan en
- dreigend aan die [persoon 1] duidelijk hebben gemaakt dat hij de kluis moest overhandigen en
- dreigend die [persoon 1] hebben gesommeerd dat hij de kluis moest openen en
- vervolgens die [persoon 1] naar de eerste verdieping hebben gedirigeerd en
- lades in meerdere slaapkamers hebben doorzocht en
- dreigend tegen die [persoon 1] en die [persoon 2] hebben gezegd "Geef me jullie telefoons. We willen geen signalementen in de kranten lezen, anders komen we terug.";
- aanwezig te zijn bij de voorbespreking van de overval met die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en
- als bestuurder van een voertuig met die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] naar die woning te rijden en
- vervolgens met die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] te wachten en
- als bestuurder van een voertuig na de overval met die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] van de woning weg te rijden en de vlucht mogelijk te maken.
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
38 (achtendertig) dagen.
een taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.