Uitspraak
de Winter,
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van partijen en de bijzondere curator
4.De beoordeling
5.De beslissing
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Amsterdam
De vrouw verzoekt de rechtbank om het vaderschap van de man over haar kind gerechtelijk vast te stellen en om een maandelijkse kinderbijdrage van €453,- te bepalen. De man ontkent een affectieve relatie te hebben gehad en wenst geen juridische band met het kind. Uit een vaderschapstest blijkt dat hij de biologische vader is.
De rechtbank overweegt dat het belang van het kind gediend is met juridische erkenning van het vaderschap, ondanks het ontbreken van contact en affectieve relatie tussen man en kind. De behoefte van het kind wordt uitsluitend gebaseerd op het inkomen van de moeder, omdat het kind niet zal profiteren van het hogere inkomen van de vader.
De draagkracht van de man wordt berekend op €422,- per maand, waarvan €211,- beschikbaar is voor dit kind. De vrouw heeft een draagkracht van €35,-. De man wordt veroordeeld tot een maandelijkse bijdrage van €140,-. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het vaderschap wordt vastgesteld.
Uitkomst: Vaderschap vastgesteld en man veroordeeld tot maandelijkse kinderbijdrage van €140,-