ECLI:NL:RBAMS:2016:4329
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke schorsing concurrentiebeding met behoud relatiebeding na belangenafweging
Eiser, sinds 2002 in dienst bij gedaagde, kreeg een aanbod om bij een concurrent te werken, maar wordt beperkt door een concurrentiebeding van één jaar na einde dienstverband. Eiser vordert schorsing van dit beding, stellende dat het hem onevenredig benadeelt vanwege zijn leeftijd, beperkte arbeidsverleden en de branche waarin hij werkzaam is.
Gedaagde betoogt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is en dat het bedrijf van eiser een concurrent is, met risico op benadeling door kennis van bedrijfsgegevens en klanten. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding geldig is en dat het bedrijf van eiser voorshands als concurrent moet worden aangemerkt.
Na belangenafweging weegt het belang van eiser op vrije arbeidskeuze en positieverbetering zwaarder dan het belang van gedaagde op bescherming van bedrijfsdebiet. De kantonrechter constateert dat de relatie- en geheimhoudingsbedingen voldoende bescherming bieden en dat gedaagde onvoldoende heeft aangetoond dat eiser over bijzondere kennis beschikt die niet beschermd is.
Daarom wordt het concurrentiebeding gedeeltelijk geschorst, zodat eiser bij de concurrent mag werken, maar het relatiebeding blijft van kracht. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst zodat eiser bij de concurrent mag werken, met behoud van het relatiebeding.