Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
wrakingskamer
[verzoekster] ,
Verloop van de procedure
Het verzoek en de gronden daarvan
4641823-CV-EXPL 15- 33302 & 4475280 CV- EXPL 15-25657, die door [eisers] Ymere/Nuon, als vermeende piraterij in ‘joint-venture” aangespannen werden, alsmede erbarmelijke samengesteld, door het initiëren zich de eerste juridische aanval, in een poging om tegenhouden en neutraliseren, een parallelle procedures die in de schoenen van de gedaagden zullen hen zien, voorts hopende, voor “ne bis in idem” die zal niet worden geconcretiseerd. Op hun beurt de eisers ad litem, vertegenwoordigd zijn door gemachtigden, die als “loopjongen hardlopende voor geld” door Ombudsman werden omschreven, hier voor de gelegenheid gemetamorfoseerde als putative “maconniek mob-muscle”. Staande, de belaste rechterlijke macht over de twee bovengenoemde verweven procedures, thans zijn rechter
I. Konings/griffier van Sonderenmet nauwe alumni. Samenhangende procedures beide, welke naar verluidt, onder hun gezag ) twijfelachtig gedelegeerd werden en zelfs meer verwarrende in het loop van het proces beheerd/geëvalueerd waren. De facto, als een zoveelste verhaal van “ordinary injustice”,
initiële redelijke subjectieve vermoedens werden thans versterkt door zeer recentelijke en zeer fortuinlijke opduikende objectieve aanwijzingen, welke onder de ogen van gedaagde plotseling gerezen zijn, nopens vermeende wederzijds betrekkingen-banden van de rechterlijk macht in casu met eisers entourage, onder een duidelijke gemeenschappelijke noemer als een eenduidig “fil rouge”. Opduikende recente indicaties als zodanig, die een veronderstelde gerechtelijk partijdig en afhankelijkheid beklemtoond hebben, welke met plichtmatig onmiddellijkheid, zodra het bekend werd, aan alle betrokkenen is hierbij gecommuniceerd.
op grond van art. 36 van Pro Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, EVRM 6, lid 1 en IVBPR 14 lid 1, naast de vermeende schendingen van Egual Protection Law/Audi Alteram Partem en Reciprocity Principle of International Relations[wederkerigheidsbeginsel]. In feite, vooral de twee beginselloze civiele procedures [Ymere/Nuon] duidelijke aangeven een beweerde frauduleuze samenspel tussen de virtuoos duo-corporaties,
procedures welke met opzet lijken om toegewezen of zelfopgelegde te zijnaan/door Rechter Konings en voor zover ogenschijnlijk door griffier van Sonderen,
onethisch, willekeurig,) partijdig en uitsluitend beheerd, vrij van direct leidinggevende verantwoording, van de juiste toezicht [behalve naar verluidt die leidinggeven van eigen loges brosi en ontoegankelijkheid voor hoi-polloi aan een openbare en faire procedure. Verder, naast de bovengenoemde vermoedelijke inbreuken, de gedaagde stelt ook schendingen van bijna van Abbb’s = [Algemene Beginselen van
fair-Play-beginsel fart.2:4-Awh]; zorgvuldigheidsbeginsel [art.3:2-Awbl; Verbod détournement de pouvoir [art.3:3-Awhl; Belangenafwegingsplicht [art. 3:4 lid 1 Awb Pro] Gelijkheidsbeginsel[ongecodificeerd]. Op de lijst kan ook vermeende schending van de Wet Openbaarheid Bestuur art 2-10 worden toegevoegd; van 110-121 Grondwet en art. 27 Rv Pro. Toepasselijke en behoorlijke gerechtelijke vereisten vormen en normen welke heden ten dage, door de Rechtbank Kanton Amsterdam lijken nu vervangen te zijn,
ten gunste van het organiseren tweewekelijks een oneindige winstgevende assemblagelijn scenario, met het spelen van een vermeende hof manche die van “vraag & aanbod” in Hegeliaanse stijl, voor een rendabel convenant subliminaal
als een mix van een juridisch jiu-jitsu afgewisseld aan een rechterlijke cha-cha out of tune[bijzonderheden later]. Tezamen met een perifere “shell game” van de dubbele standaard, out-of-context, zo onbeholpen gecommuniceerd formaliteiten en regelingen, begaan administratie fouten, schijnbaar zo opzettelijk en geplaatst als struikelblokken voor de hoi-polloi om te vallen, onder schending van “equality of arms” beginsel. In het begin een burger, in casu de gedaagde wil dit soort rechterlijke operandi als menselijke fouten en/of persoonlijke perceptie te categoriseren,
maar wanneer een duidelijke herhalingspatroon is gevormd, die culmineerde met het opduiken van objectieve indicaties waarop de gedaagde onlangs is ter kennis gekomen [details verder], nopens veronderstelde wederzijds banden met eisers entourage, dan de woorden van [naam] zijn hier van toepassing:
“eenmaal is een incident, tweemaal een coïncidentie. drie of meer keren is een vijand plan”.