ECLI:NL:RBAMS:2016:4736
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering horecavergunning op grond van Wet Bibob en slecht levensgedrag
Verzoekster heeft een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawetvergunning aangevraagd voor een horecabedrijf in Amstelveen. De burgemeester heeft deze vergunningen geweigerd op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob, dat ernstige risico's signaleerde dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en voor het plegen van strafbare feiten.
Daarnaast is gewezen op het slechte levensgedrag van de leidinggevende, die onder meer veroordeeld is voor overtredingen van de Opiumwet en betrokken is bij fiscale overtredingen via zijn vennootschap. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd, maar de voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het beslag op de panden van de leidinggevende en zijn vennootschap betekent dat zij niet meer vrij beschikken over het vermogen, waardoor het gevaar op het benutten van wederrechtelijk verkregen voordelen minder aannemelijk is. Wel is vastgesteld dat er een samenhang bestaat tussen de strafbare feiten en de activiteiten waarvoor de vergunningen zijn aangevraagd, waardoor het gevaar op het plegen van strafbare feiten met de vergunningen reëel is.
Ook het slechte levensgedrag van de leidinggevende vormt een zelfstandige grond voor weigering van de vergunningen. De voorzieningenrechter concludeert dat het weigeren van de vergunningen naar verwachting in beroep stand zal houden en dat de belangen van de burgemeester zwaarder wegen dan die van verzoekster. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en dient het horecabedrijf uiterlijk binnen zes dagen na verzending van de uitspraak te sluiten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het horecabedrijf moet binnen zes dagen worden gesloten.