ECLI:NL:RBAMS:2016:5029
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet doorgeven voortzetting dienstverband niet in stand wegens onduidelijke situatie en persoonlijke omstandigheden
Eiseres was sinds 2009 werkzaam bij een bedrijf en kreeg in mei 2013 ontslag aangezegd met een outplacementtraject. Zij vroeg in januari 2014 een WW-uitkering aan met als vermoedelijke eerste werkloosheidsdag 3 februari 2014. Later bleek dat haar dienstverband door de werkgever was verlengd tot 1 mei 2014, wat na de eerste werkloosheidsdag werd meegedeeld.
Verweerder legde eiseres een boete op wegens het niet doorgeven van de voortzetting van het dienstverband, maar matigde deze vanwege persoonlijke life-events van eiseres. Eiseres stelde dat zij door meerdere ingrijpende gebeurtenissen, waaronder het verlies van haar baan, een scheiding en het overlijden van familieleden, cognitief overbelast was en daardoor niet adequaat kon reageren.
De rechtbank constateerde dat de situatie rondom de eerste werkloosheidsdag en de verlenging van het dienstverband onduidelijk en verwarrend was. Ook achtte zij de verklaring over de cognitieve overbelasting aannemelijk. Hierdoor was er onvoldoende verwijtbaarheid aan eiseres toe te rekenen om een boete op te leggen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit II gegrond, vernietigde dit besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De boete wegens het niet doorgeven van het voortzetten van het dienstverband wordt vernietigd vanwege onduidelijkheid en persoonlijke omstandigheden.