Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- [minderjarige 1],
- [minderjarige 2],
- [minderjarige 3] ,
3.Het verzoek van de vrouw
4.De beoordeling
5.De beslissing
- [minderjarige 2],
- [minderjarige 3] ,
- [minderjarige 1],
- [minderjarige 2],
- [minderjarige 3] ,
Rechtbank Amsterdam
De vrouw verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten voor twee minderjarige kinderen en Turkse paspoorten voor drie minderjarige kinderen, gezamenlijk gezaghebbend met de man. De man weigert toestemming te verlenen en is niet verschenen bij de zitting.
De rechtbank stelt vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is. De Paspoortwet is van toepassing op Nederlandse reisdocumenten, maar niet op Turkse paspoorten. Voor de Turkse paspoorten baseert de rechtbank zich op artikel 1:253a lid 1 BW, dat vervangende toestemming mogelijk maakt bij gezamenlijk gezag.
De belangen van de kinderen bij het beschikken over geldige identiteitsbewijzen en paspoorten worden door de vrouw voldoende onderbouwd. De man heeft geen verweer gevoerd en weigert toestemming. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen wenselijk om de vervangende toestemming te verlenen.
De rechtbank verleent daarom de gevraagde toestemming aan de vrouw en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming voor het aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten en Turkse paspoorten voor de minderjarige kinderen.