ECLI:NL:RBAMS:2016:5109

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 augustus 2016
Publicatiedatum
12 augustus 2016
Zaaknummer
C/13/609054 / FA RK 16-3653
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 PaspoortwetArt. 1:253a BWArt. 1 PaspoortwetArt. 2 Paspoortwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor aanvragen Nederlandse identiteitskaarten en Turkse paspoorten voor minderjarige kinderen

De vrouw verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten voor twee minderjarige kinderen en Turkse paspoorten voor drie minderjarige kinderen, gezamenlijk gezaghebbend met de man. De man weigert toestemming te verlenen en is niet verschenen bij de zitting.

De rechtbank stelt vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is. De Paspoortwet is van toepassing op Nederlandse reisdocumenten, maar niet op Turkse paspoorten. Voor de Turkse paspoorten baseert de rechtbank zich op artikel 1:253a lid 1 BW, dat vervangende toestemming mogelijk maakt bij gezamenlijk gezag.

De belangen van de kinderen bij het beschikken over geldige identiteitsbewijzen en paspoorten worden door de vrouw voldoende onderbouwd. De man heeft geen verweer gevoerd en weigert toestemming. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen wenselijk om de vervangende toestemming te verlenen.

De rechtbank verleent daarom de gevraagde toestemming aan de vrouw en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming voor het aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten en Turkse paspoorten voor de minderjarige kinderen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/609054 / FA RK 16-3653 (JK/SM)
Beschikking van 17 augustus 2016 betreffende de Paspoortwet/ geschil ex artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna mede te noemen de vrouw,
advocaat mr. Z. Taspinar te Amsterdam,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna mede te noemen de man.

1.De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de ingekomen stukken, waaronder het op 1 juni 2016 ingediende verzoekschrift.
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 2 augustus 2016, alwaar zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat.
De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

2.De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, welke relatie in 2007 is beëindigd.
Uit deze relatie zijn geboren:
  • [minderjarige 1],
  • [minderjarige 2],
  • [minderjarige 3] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
Deze kinderen zijn erkend door de vader.
Partijen zijn gezamenlijk met het gezag belast.

3.Het verzoek van de vrouw

De vrouw verzoekt de rechtbank aan haar vervangende toestemming te verlenen voor zowel het aanvragen van een geldig legitimatiebewijs ten behoeve van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , als het aanvragen van een Turks paspoort ten behoeve van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
De vrouw heeft aangevoerd dat zij de man heeft gevraagd toestemming te geven voor het aanvragen van de Nederlandse identiteitskaarten en de Turkse paspoorten. Hij weigert echter toestemming te geven en zegt dat hij het nut ervan niet inziet. De vrouw stelt dat de kinderen zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit hebben. Indien de kinderen een Turks paspoort hebben is het voor hen makkelijker om in de toekomst in en uit Turkije te reizen.
De man heeft geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

De minderjarigen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek.
Het verzoek van de vrouw ziet op het aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten en Turkse paspoorten voor de minderjarige kinderen van partijen. Ten aanzien van de Nederlandse identiteitskaarten is artikel 34 van Pro de Paspoortwet van toepassing. Echter ten aanzien van het verzoek met betrekking tot de Turkse paspoorten is de Paspoortwet niet van toepassing, nu deze wet op grond van artikel 1, onder o, jo artikel 2 alleen Pro van toepassing is op reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden. Ten aanzien van het verzoek met betrekking tot de Turkse paspoorten, gaat de rechtbank er vanuit dat de vrouw een beroep doet op artikel 1: 253a lid 1 BW, nu partijen gezamenlijk gezag hebben over de kinderen.
Zoals de vrouw ter motivering van haar verzoek ook heeft aangevoerd dienen de kinderen over een geldig identiteitsbewijs te beschikken. Voorts heeft zij tijdens de mondelinge behandeling het belang van de kinderen bij het hebben van een Turks paspoort voldoende duidelijk gemaakt. Het is de vrouw niet gelukt om een positieve reactie van de man te krijgen op haar verzoeken om toestemming voor het aanvragen van de identiteitskaarten en de paspoorten.
De man is behoorlijk opgeroepen voor de mondelinge behandeling, om een vergelijk te beproeven, maar is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank gaat er dan ook dat de man weigert toestemming te verlenen aan de vrouw.
Op grond van hetgeen de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, is de rechtbank van oordeel dat na te melden beslissing in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.
Mitsdien wordt als volgt beslist.

5.De beslissing

De rechtbank:
- verleent aan de vrouw een verklaring van toestemming als bedoeld in het tweede lid van artikel 34 van Pro de Paspoortwet ten behoeve van de volgende minderjarigen:
  • [minderjarige 2],
  • [minderjarige 3] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
- verleent aan de vrouw een verklaring van toestemming, welke toestemming die van de man vervangt, ten behoeve van de aanvraag van Turkse paspoorten voor de volgende minderjarigen:
  • [minderjarige 1],
  • [minderjarige 2],
  • [minderjarige 3] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Kloosterhuis, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S.A. Marchal, griffier, op 17 augustus 2016.