ECLI:NL:RBAMS:2016:5294
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horecabedrijf wegens mishandeling en niet bewaren camerabeelden
Verzoeker, eigenaar en exploitant van een horecabedrijf in Amsterdam, werd geconfronteerd met een besluit van de burgemeester om de exploitatievergunning voor vier weken in te trekken en het bedrijf te sluiten. Dit besluit volgde op een incident waarbij verzoeker zijn medewerkster, tevens zijn vriendin, mishandelde in het horecabedrijf. De mishandeling werd vastgelegd in een proces-verbaal van de politie.
Daarnaast werden de camerabeelden van het incident niet tijdig aan de politie verstrekt en waren deze niet bewaard conform het veiligheidsplan, waarin een bewaartermijn van twee weken is voorgeschreven. Verzoeker kon niet aantonen dat het niet bewaren van de beelden niet opzettelijk was, wat de burgemeester aanrekende als frustratie van het politieonderzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gedrag van verzoeker slecht levensgedrag vertoont en een gevaar vormt voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De burgemeester was bevoegd tot intrekking van de vergunning en sluiting van het bedrijf. De sanctie van vier weken sluiting werd niet als onevenredig beschouwd, mede gezien de ernst van het incident en het niet naleven van het veiligheidsplan.
Verzoeker voerde aan dat het sanctiebeleid een lichtere straf voorschrijft, maar de voorzieningenrechter vond dat de mishandeling en de bijkomende omstandigheden een zwaardere maatregel rechtvaardigen. Ook de financiële situatie van verzoeker en een latere verklaring van de vriendin veranderden niets aan de rechtmatigheid van het besluit.
Het verzoek om schorsing van het besluit werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het horecabedrijf wegens mishandeling en niet bewaren van camerabeelden wordt afgewezen.