Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 17 februari 2016,
- het proces-verbaal van comparitie van 23 juni 2016,
- de brief van 18 juli 2016 van mr. Jager.
2.De feiten
- [eiser 2] is geboren op 29 april 1968 en heeft een bruto jaarsalaris van € 68.877,00;
- [eiser 1] is geboren op 2 november 1953 en heeft een bruto jaarsalaris van € 53.869,00;
- de aan [eiser 1] toebehorende woning aan [straat 2] heeft een waarde van € 310.000,00 terwijl de ‘in te lossen lopende hypotheek/hypotheken’ hetzelfde bedraagt, namelijk € 310.000,00, zodat [straat 2] geen ruimte voor extra financiering biedt;
- de koopsom voor [straat 3] zal € 551.915 v.o.n. bedragen, het meerwerk zal € 42.000,00 bedragen, de kosten verbonden aan de hypotheek zullen € 5.995,00 bedragen, zodat de maximale hypotheek in box 1 € 599.910,00 kan bedragen, waarbij geen rekening is gehouden met het bedrag dat op basis van inkomen maximaal zou kunnen worden geleend. De minimaal benodigde hypotheek zal eveneens € 599.910,00 bedragen nu uitgangspunt is dat [eiser 1] en [eiser 2] geen eigen middelen inbrengen.
- aflossingsvrije hypotheek van € 287.000,00 met een looptijd van 30 jaar;
- aflossingsvrije hypotheek van € 62.500,00 met een looptijd van 30 jaar;
- bankspaarhypotheek van € 225.500,00 met een looptijd van 30 jaar.
- aflossingsvrije hypotheek van € 287.000,00 met een looptijd van 30 jaar;
- aflossingsvrije hypotheek van € 62.500,00 met een looptijd van 30 jaar;
- bankspaarhypotheek van € 225.000,00 met een looptijd van 30 jaar.
3.Het geschil
4.De beoordeling
(i)de GHF, tot stand gekomen binnen het kader van de Nederlandse Vereniging van Banken, versie 1 januari 2008 en
(ii)het binnen ING gehanteerde Acceptatiebeleid, zoals overgelegd als productie 39 bij dagvaarding (het betreft de versie van oktober 2010, maar in confesso is dat deze versie voor zover in deze zaak van belang gelijk is aan de in juli 2010 geldende versie). Het Acceptatiebeleid is vastgesteld met de GHF als uitgangspunt, zo staat vermeld aan het begin van het stuk. De Wft c.a. definieert niet wanneer sprake is van overkreditering. De GHF en in het voetspoor daarvan het Acceptatiebeleid geven daarvoor wél regels en richtlijnen.
passage 2en
passage 3van de pagina’s 16 en 17 van het Acceptatiebeleid (de aanduiding in passages is door de rechtbank aangebracht ter vereenvoudigde verwijzing):
niet onvoorwaardelijk verkocht: