Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
de stichting Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland
[verweerster]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
Verzoek
Verweer
Beoordeling
Verzoek ex artikel 843a Rv
[functie]. Van de overgelegde e-mailberichten met bijlagen die [verweerster] aan derden heeft verzonden – op één na, waarop hierna nader zal worden ingegaan - kan niet zonder meer worden aangenomen dat ze vertrouwelijke informatie van Holland Casino bevatten. Alle e-mailberichten bevatten informatie die door Holland Casino aan [verweerster] als OR-lid is gestuurd en waar zij in het kader van deze functie ook iets mee zou moeten doen. Dat zij zelf de berichten – bij doorzending - voorzag van de mededeling ‘vertrouwelijk’ maakt nog niet dat het om vertrouwelijke informatie van Holland Casino ging. De berichten en de informatie zijn niet voorzien van een mededeling omtrent een geheimhoudingsplicht. Holland Casino heeft aangevoerd dat aan [verweerster] niet expliciete geheimhouding was opgelegd aangaande de daarin genoemde onderwerpen, maar dat [verweerster] zich het vertrouwelijke karakter van de informatie wel had moeten realiseren. De kantonrechter acht de inhoud van de berichten echter niet van dien aard, dat voor [verweerster] het vertrouwelijke karakter daarvan redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn. Een dagvaarding die [verweerster] in het kader van een kort geding van FNV Bondgenoten tegen de OR van Holland Casino heeft ontvangen, kan zonder enige toelichting – die ontbreekt - niet als een vertrouwelijk stuk van Holland Casino worden aangemerkt, waarover ze Vakbond ABC niet zou mogen informeren. Dat geldt ook voor mededelingen die betrekking hebben op niet-inhoudelijke zaken, zoals de agendapunten van een overleg en de hervatting van een CAO-overleg. De e-mailberichten aan haar echtgenoot hadden slechts tot doel om de documenten te laten printen, omdat haar printer kapot was, zo heeft [verweerster] verduidelijkt. De kantonrechter acht dit een aannemelijke verklaring. Niet is gebleken dat de echtgenoot van [verweerster] een functie bekleedt waarvoor hij in contact staat met personen voor wie de gestuurde informatie van enige betekenis is.
[functie] .Daarvan is op dit moment echter nog geen sprake. Ongeschiktheid voor de functie is bovendien niet als grondslag aangevoerd voor de verzochte ontbinding.