Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Ter zitting waren aanwezig:
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie
6.000,00
Rechtbank Amsterdam
De Hof van Heden, een vennootschap onder firma opgericht in 2015, vordert in kort geding dat [gedaagde], een besloten vennootschap die ook hoveniersdiensten aanbiedt, het gebruik van de benaming Hof van Heden staakt. Beide partijen voeren aan dat zij recht hebben op het gebruik van deze handelsnaam. De Hof van Heden is houder van een Benelux-woordmerk en gebruikt de naam sinds begin 2015 als handelsnaam.
[gedaagde] gebruikte de naam Hof van Heden in het verleden voornamelijk als aanduiding van modeltuinen op een locatie, maar niet als handelsnaam voor haar onderneming. Na verhuizing in 2015 is [gedaagde] de naam prominenter gaan gebruiken. De rechtbank oordeelt dat het handelsnaamgebruik door [gedaagde] pas na dat van De Hof van Heden is begonnen, zodat De Hof van Heden op grond van artikel 5 Handelsnaamwet Pro tegen het gebruik door [gedaagde] kan optreden.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde] om het gebruik van de naam Hof van Heden als handelsnaam te staken, inclusief het doorhalen van domeinnamen met deze benaming, en legt een dwangsom op bij niet-naleving. De vorderingen van [gedaagde] in reconventie worden afgewezen. Proceskosten worden toegewezen aan De Hof van Heden.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot staking van het gebruik van de handelsnaam Hof van Heden en doorhaling van domeinnamen.