Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
[persoon 1]vordert in totaal € 20.627,- aan schadevergoeding, onder te verdelen in € 627,- aan materiële schadevergoeding en € 20.000,- aan immateriële schadevergoeding.
immateriële schadeis toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen en er een ernstige inbreuk is gepleegd op zijn lichamelijke integriteit. Op basis van de door de benadeelde partij overgelegde vordering en hetgeen uit de vordering en de bijgevoegde medische stukken naar voren komt, zal de rechtbank de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van
€ 1.500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De behandeling van dit deel van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
3 (drie) maanden.
[persoon 1], gedeeltelijk toe tot
€ 1.500,-(vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade.
werkstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
50 (vijftig uren), met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen jeugddetentie.