ECLI:NL:RBAMS:2016:624
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet ondanks verkeerde werkgever in verzoekschrift
Werknemer diende een verzoek in tot vernietiging van zijn ontslag op staande voet, maar noemde abusievelijk de verkeerde werkgever in het verzoekschrift. Beide bedrijven delen hetzelfde adres en een juridische afdeling. Hoewel de rectificatie van de verkeerde tenaamstelling buiten de wettelijke termijn viel, oordeelde de kantonrechter dat werknemer toch ontvankelijk is omdat de juiste werkgever tijdig op de hoogte was gesteld en niet in haar belangen was geschaad.
De kantonrechter benadrukte dat de wetgever met de Wet Werk en Zekerheid vooruitloopt op een toekomstige deformalisering van het procesrecht, waardoor kleine omissies zoals deze mogen worden verbeterd. Bovendien mag van een goed werkgever worden verwacht dat zij zich niet uitsluitend formalistisch opstelt, zeker niet bij een zwaar middel als ontslag op staande voet van een werknemer met een lang dienstverband.
Omdat de juiste werkgever niet was verschenen en de oproep abusievelijk aan de verkeerde partij was gericht, werd een nieuwe mondelinge behandeling bepaald. De werkgever krijgt alsnog de gelegenheid om verweer te voeren en een verweerschrift in te dienen. De verdere beslissing, inclusief kosten, werd aangehouden.
Uitkomst: Werknemer is ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vernietiging van ontslag ondanks verkeerde werkgever in verzoekschrift; nieuwe mondelinge behandeling wordt gepland.