ECLI:NL:RBAMS:2016:6255
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bedrijfsparkeervergunning na verhuizing naar gebied met vergunningenplafond nul
Verzoeker had een bedrijfsparkeervergunning voor zijn bedrijf op een bepaald adres in Amsterdam. Na verhuizing naar een nieuw adres in een gebied met een vergunningenplafond van nul, trok de gemeente Amsterdam de vergunning in, omdat het nieuwe adres niet in aanmerking komt voor een parkeervergunning.
Verzoeker stelde dat hij vooraf bij Cition had geïnformeerd en was verteld dat hij zijn vergunning kon meenemen, en dat hij daardoor onterecht in het ongewisse werd gelaten. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat er geen concrete toezeggingen waren en verzoeker een zwaardere onderzoeksplicht had om zelf de openbare Parkeerverordening en het Uitwerkingsbesluit te raadplegen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De intrekking van de vergunning is rechtmatig omdat het nieuwe adres in een gebied ligt waar geen vergunningen worden verleend. De fout dat de vergunning enige tijd na verhuizing toch werd verstrekt, kan worden hersteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bedrijfsparkeervergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.