ECLI:NL:RBAMS:2016:6573
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning escortbureau wegens inzet prostituees onder 21 jaar
Verzoeker, eigenaar van een escortbureau in Amsterdam, kreeg zijn exploitatievergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders wegens het inzetten van prostituees jonger dan 21 jaar, het niet naleven van het bedrijfsplan en gebreken in de bedrijfsadministratie.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van handhaving van de leeftijdsgrens en naleving van regels zwaarder weegt dan het financiële belang van verzoeker. Er waren meerdere overtredingen geconstateerd, waaronder het actief werven van meisjes vanaf 18 jaar en het niet vermelden dat foto’s op de website niet van de echte escortdames waren.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker al eerder was gewaarschuwd en een last onder dwangsom had gekregen, waardoor hij als een gewaarschuwd man geldt. De intrekking van de vergunning werd niet als onevenredig beschouwd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.C. Loman op 30 augustus 2016 en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning is afgewezen omdat de intrekking niet onevenredig is.