Uitspraak
wrakingskamer
raadsman: mr. B.M. Beg,
Rechtbank Amsterdam
Verdachte in een strafzaak bij de rechtbank Amsterdam verzocht om wraking van drie rechters van de meervoudige strafkamer. Dit verzoek volgde op de afwijzing van een getuigenverzoek en een aanhoudingsverzoek tijdens de strafzitting. Verdachte stelde dat de motivering voor de afwijzing onbegrijpelijk was en dat dit duidde op vooringenomenheid van de rechters.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en het criterium dat een rechter onpartijdig wordt vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer concludeerde dat de afwijzing van het getuigenverzoek en de motivering daarvan niet onbegrijpelijk of onjuist waren in die mate dat vooringenomenheid kon worden aangenomen.
Daarnaast werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek vooral voortkwam uit onvrede over een procesbeslissing en niet uit feiten die de onpartijdigheid van de rechters aantasten. De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen vanwege misbruik van recht.
De beslissing werd mondeling uitgesproken op 1 september 2016 en schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.