ECLI:NL:RBAMS:2016:6675
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bank mag hypotheekrecht uitoefenen ondanks toebedeling woning aan mede-hypotheekgever
A en haar ex-partner B hebben gezamenlijk een woning gekocht en B heeft een hypothecaire geldlening afgesloten waarbij beiden een recht van eerste hypotheek hebben verstrekt. Na echtscheiding is de woning aan A toebedeeld, maar B is gestopt met het betalen van de hypotheekrente. De bank heeft de schuld opgeëist en een executietraject gestart.
A vordert in kort geding dat de bank haar hypotheekrecht niet mag uitoefenen op de woning, omdat zij inmiddels eigenaar is en de bank onvoldoende rekening houdt met haar belangen. De bank stelt dat zij gerechtigd is het hypotheekrecht uit te oefenen en dat zij een zorgplicht heeft, maar niet gebonden is aan de door A voorgestelde wijze van invordering.
De rechtbank oordeelt dat het recht van hypotheek ook na toebedeling aan A blijft gelden en dat de bank haar zekerheidsrecht mag uitoefenen. De bank heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van A door informatie door te geven aan de deurwaarder, die eerst andere verhaalsmogelijkheden onderzoekt. Er is geen sprake van misbruik van recht of onrechtmatig handelen. De vorderingen van A worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bank mag haar hypotheekrecht uitoefenen ondanks dat de woning aan mede-hypotheekgever is toebedeeld; de vorderingen worden afgewezen.