Op 23 juni 2016 vond in het Westerpark te Amsterdam een ruzie plaats tussen verdachte en een onbekende man waarbij verdachte met een mes zwaaide. De rechtbank stelde vast dat verdachte niet met opzet heeft gestoken, maar wel mishandeling heeft gepleegd door het slachtoffer een snee toe te brengen.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor poging tot doodslag omdat het mes met het lemmet naar beneden gericht was en het letsel beperkt was. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat verdachte de confrontatie opzocht en er geen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanval.
Verdachte werd veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf voor mishandeling en schuldig verklaard voor het dragen van een verboden keukenmes. De rechtbank gelastte tevens de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.